Begrippenlijst

(Mycelium op een petrischaaltje)

 

Cakes – Glazen gevuld met substraat die overgenomen is of gaat worden door je schimmel.

Contaminatie – Besmetting van andersoortige schimmels en bacteriën dan je gewenste schimmel.

Determineren – vaststellen tot welke soort iets behoort.

Enzym – Het mechanisme waarmee schimmels het substraat afbreken om zo voedingsstoffen uit te winnen.

Flush –  Vloedgolf aan paddenstoelen die geoogst kunnen worden.

Fruitfase – De fase na de groeifase waarin de schimmel fruitlichamen (paddenstoelen) produceert.

Fruitlichaam – Het deel van de schimmel dat voor nageslacht zorgt in de vorm van sporen. Ook wel paddenstoel genoemd.

Fruitruimte – De ruimte waarin de schimmel paddenstoelen produceert.

Hallucinogeen – Een stofje dat veranderingen teweegbrengt in het waarnemen, het denken en het voelen.

Incubatie – De fase na het inoculeren waarin de schimmel zich in het substraat ontwikkelt tot een volwaardig schimmelnetwerk.

Inoculeren – Een schimmelsoort in het substraat injecteren door middel van een sporenspuit.

Lookalike – Een paddenstoel die sterk lijkt op een andere soort paddenstoel.

Massa-substraat –Substraat dat bedoeld is voor het kweken van veel paddenstoelen.

Mycelium (Schimmeldraden / Zwamvlok) – Het grootste deel van de paddenstoel dat bestaat uit meerdere schimmeldraden welke samen een netwerk vormen.

Mycoloog – Iemand die erg van schimmels houdt en hier graag onderzoek naar doet 🙂

Mycorrhiza – Schimmels die in symbiose leven met boomwortels.

Paddenstoelenbroed – Substraat dat is overgenomen door het schimmelnetwerk.

Permacultuur – Is een agricultureel project dat zo wordt ontworpen dat het net als een ecosysteem zichzelf in stand houdt.

PF TEK / BRF TEK – De methode die gehanteerd wordt om paddenstoelenbroed te maken.

Psilocybine – Het stofje dat door je lichaam omgezet wordt in Psilocine wat het een hallucinogene werking geeft.

Stille luchtbak (still air box / SAB) – Een bak met twee openingen waar je je handen door kan steken om zo schoon te werken.

Steriliseren – Het schoonmaken van gereedschappen, substraat of een oppervlakte waar 99,99% van de bacteriën en schimmels worden gedood.

Sporen – Het voortplantingsmechanisme van een schimmel vergelijkbaar met de zaadjes van een boom of plant.

Sporenprint – Afdruk van sporen op een stuk papier of folie die uit de hoed van de paddenstoel zijn gevallen.

Sporenspuit – Een spuit met vloeistof, vaak gedemineraliseerd water, waar ook sporen van schimmels in zitten.

Substraat – Voedingsbodem voor je paddenstoelen.

Symbiose – Twee organismen van verschillende soorten die langdurig samen leven en dat voor minstens één van de twee gunstig of zelfs noodzakelijk is.

Vloeibaar mycelium (Vloeibare cultuur / Liquid culture) – Het mycelium dat leeft in een vloeibare oplossing (vaak gemaakt van suikerwater).

Wood Wide Web – De term die door mycologen gebruikt wordt als aanduiding van het schimmelnetwerk in het bos waar allerlei voedingstoffen worden uitgewisseld en er gecommuniceerd wordt door planten.